Archief online artikels

 

Onze online-artikels vervangen sinds mei 2012 de bijdragen in het Infoblad dat driemaandelijks verscheen. De AVBG wil zo sneller op de actualiteit inspelen en tegelijk een nog ruimer publiek bereiken. 

 

 


In de loop van de eerste maanden van 2012 verschenen twee blauwe hardstenen puien opnieuw in het straatbeeld. De eerste pui is die van het huis Cleyne Logie aan de Wolstraat 42 en de tweede die van huis D’Oude Maelassyse aan de Suikerrui 23. In dit eerste deel bespreken we de pui van de Cleyne Logie.
 





Twee hardstenen puien opnieuw zichtbaar in het Antwerpse straatbeeld (deel 1: de Cleyne Logie)

 

Auteur: Jerry Driesen
Publicatie: 05/05/2012

 

In de loop van de eerste maanden van 2012 verschenen twee blauwe hardstenen puien opnieuw in het straatbeeld. De eerste pui is die van het huis Cleyne Logie aan de Wolstraat 42 en de tweede die van huis D’Oude Maelassyse aan de Suikerrui 23. In dit eerste deel bespreken we de pui van de Cleyne Logie. Het blootleggen van de pui van huis Cleyne Logie gebeurde door het verwijderen van een dik pakket afwerkingslagen; een taak die de eigenaar/bewoner eigenhandig uitvoerde.

De puien in de Wolstraat en aan de Suikerrui zijn vertegenwoordigers van de lange traditie om puien volledig in blauwe hardsteen uit te voeren, een traditie die in Antwerpen bestond van in de tweede helft van de zestiende eeuw en voortduurde tot in het begin van de negentiende eeuw. De pui van D’Oude Maelassyse is een vroeg voorbeeld uit de zestiende eeuw en die van Cleyne Logie een vrij laat voorbeeld uit de achttiende eeuw. Beide bezitten ze bijzonderheden die aanleiding geven tot een nadere beschouwing

De perceelsbreedte van het huis Cleyne Logie bedraagt 15 voet en ook de hoogte van de pui bedraagt 15 voet. De pui is verdeeld in drie traveeën met elk een breedte van 3 voet en 10 duim. De twee centrale penanten hebben een traditionele breedte van 1 voet en de eindpenanten een breedte van ½ voet. De hoogte van de vensteropeningen bedraagt 11 voet; een veel voorkomende vensterhoogte in de tweede helft van de achttiende eeuw. De aanwezigheid van kwartholprofileringen op de penanten wijst op een totstandkoming in het midden van de tweede helft van de achttiende eeuw; tijdens de laatste twee decennia van die eeuw waren de aloude kwartholprofileringen namelijk definitief op hun retour en paste men stelselmatig eerder ongeprofileerde penanten toe.
Er werd één groevemeestermerk aangetroffen op deze pui. Het staat op de penant tussen de eerste en de tweede travee, in de dagkant van de deuropening. Het is een nog ongeïdentificeerd groevemeestermerk dat bestaat uit een drukletter A met een geknikt tussenstreepje en daarnaast een drukletter S. Dit merk werd al op verscheidene plaatsen aangetroffen in Antwerpen, doch in tegenstelling tot dit voorbeeld dan steeds met de S voor de A en de S niet in spiegelbeeld zoals het hier wel het geval is.[1]

De pui vertoont ook enkele negatieve sporen; zo zijn er de rechthoekige uitsparingen aan de randen van de vensteropeningen die aangebracht werden in het midden van de negentiende eeuw voor het vastzetten van bevestigingsijzertjes voor de zgn. glazen kaskes, de kleine voorlopers van de latere etalages of vitrines. In de centrale vensteropening is in de beide dagkanten op een hoogte van 7 ½ voet een inboeting waarneembaar met een hoogte van 12 cm. Mogelijk is dit ook in verband te brengen met de vroegere winkeluitstalling in het glazen kaske; bvb. voor het aanbrengen van een balkje waaraan koopwaar werd opgehangen?

 
Afbeelding 1: Links de blootgelegde pui van huis Cleyne Logie (Wolstraat 42) in zijn huidige voorkomen (april 2012). Rechts het niet geïdentificeerde achttiende-eeuwse groevemeestermerk dat te zien is op de penant tussen de eerste en tweede travee, aan de dagkant van de deuropening. (Foto’s: Jerry Driesen 2012)Andere negatieve sporen op de penanten wijzen op aanhechtingspunten voor de vroegere rolgordijnen die de koopwaar in de glazen kaskes moest beschutten tegen regenval en zonnestralen.

Het meest bijzondere detail van deze pui is echter te zien bovenaan op de penant tussen de tweede en derde travee; het betreft een oude geschilderde wijknummer. De huisnummering per wijk werd in Antwerpen door de Fransen ingevoerd op het einde van de achttiende eeuw, maar deze werd al voorafgegaan door een huisnummering per kwartier. Deze huisnummering per kwartier werd, ter vervanging van de aloude huisnamen, dus al ingevoerd onder het Oostenrijks bewind (de stad werd toen opgedeeld in 32 kwartieren). Om precies te zijn verschenen die kwartiernummers vanaf 29 juli 1779, toen 'wirden van stadswegen alle huysen en gebouwen, binnen dese stad gelegen, genombreert, ofte geteekent met nombers, geschildert met swerte olieverven, boven de respectieve poorten en deuren; welke nombers niet sullen mogen uytgevaegt, verandert ofte verset worden, op boete van 12 gulden' aldus tijdgenoot Jan Frans Van der Straelen (°6 juli 1731 - †15 juli 1801). [2]   De Franse overheerser verdeelde later de stad in vijf wijken en voerde in juli 1797 de huisnummering per wijk in. Deze huisnummering per wijk bleef in gebruik tot in het jaar 1856. Vanaf dat jaar werd de huisnummering per straat ingevoerd. [3]

Ook de wijknummering werd op kosten van de stedelijke overheid door schilders aangebracht met een zwarte verf. [4]   Dat gebeurde telkens binnen een gelijnde omkadering van 21 cm breed en 20 cm hoog, met kenmerkende afgeschuinde bovenhoeken, bovenaan werd een S: geschilderd (van section) gevolgd door één van de vijf wijknummers. Daaronder werd dan het specifieke wijknummer van het betrokken huis aangebracht. De oudste exemplaren schijnen uit de hand geschilderd te zijn, nadien gebruikte men duidelijk sjablonen.


Afbeelding 2: Het blootgelegde wijk- of kwartiernummer op de pui van Cleyne Logie (Wolstraat 42). (Foto: Jerry Driesen, 2012)

Het wijknummer van Cleyne Logie is nu het derde nog bestaande, zichtbare exemplaar in Antwerpen. De andere bewaarde exemplaren zijn die van huis Koning Balthasar aan de Koningstraat 23, nadien omgedoopt in S:2 1308 en Oude Beurs 36, voor 1856 S:1 449. Deze bewaarde exemplaren zijn nog zichtbaar omdat ze rechtstreeks op de blauwe hardsteen werden aangebracht. Daaruit is af te leiden dat die penanten op het moment van het aanbrengen van de huisnummering geen afwerkingslagen hadden en de blauwe hardsteen dus zichtbaar was.
Bij de invoering van de huisnummering per straat in 1856 werden de oude wijknummers doorstreept; een niet doorstreepte wijknummer wijst bijgevolg wel op de aanwezigheid van een bedekkende afwerkinglaag anno 1856, wat dus het geval was bij het huis Cleyne Logie.

Zowel bij Cleyne Logie in de eerste wijk als bij Koning Balthasar in de tweede wijk staat boven het kader met het wijknummer nog een A2 geschilderd; de betekenis hiervan is me tot nu toe onbekend. Nog bijzonder is dat boven de A2 van Cleyne Logie ook nog een rode S1 is aangebracht; een gegeven dat bij de andere bewaarde wijknummers volkomen ontbreekt? Daar komt nog bij dat het wijknummer van Cleyne Logie volgens de concordantietabel uit 1856 923 zou moeten zijn. [5]  Maar het onleesbare cijfer achter de N° bestaat slechts uit twee cijfers. Een nog onopgehelderde kwestie dus.

 
Afbeelding 3: De twee andere nog zichtbare voorbeelden van de zelden bewaarde oude wijknummering. Links een uit de hand geschilderd exemplaar dat mogelijk nog uit de Franse periode stamt, toen werd het huis Koning Balthasar (Koningstraat 23) omgedoopt in S:2 1308. De betekenis van het bovenstaande A2 is hier, net als bij Cleyne Logie, onbekend. Rechts tweemaal het wijknummer S:1 449 (het tweede exemplaar is waarschijnlijk aangebracht omdat het eerste door een toevoeging aan de gevel niet voldoende zichtbaar meer was), tussen de beide wijknummeringen is ook het huisnummer 46 leesbaar, dit nummer werd in 1856 toegekend (thans is het er Oude Beurs 36). Links bovenaan op deze foto is ook nog een stuk te zien van een, momenteel ook al vrij zeldzame, rolluikkastbekleding in geperst zink. (Foto’s: Jerry Driesen 2011)

 

Noten:

[1] Dit merk is ook te zien op de volgende plaatsten: Eiermarkt 29 (3x), Gildekamersstraat 9 (3x), Pieter Van Hobokenstraat 4 (latei), Prinsstraat 7, Prinsstraat 17, Reyndersstraat 4-6, Sint-Jacobsmarkt 15, Stoelstraat 13 (linker deurpost) en Zirkstraat 34 (vensterdorpel).
[2] J.-F. en J.-B. van der Straelen, De Kronijk van Antwerpen 1770-1819 Deel I. 1770-1785 (Antwerpen, 1929), p.74.
[3] Bij gemeenteraadsbesluit van 6 september 1856. Bron: Robert Vande Weghe, Geschiedenis van de Antwerpse straatnamen (Antwerpen, 1977), p.41. In verband met de invoering van de wijknummering: A. Thys, Historiek der straten en openbare plaatsen van Antwerpen (Antwerpen, 1893) p. 67.
[4] SAA. MA-937/3(A)
[5] Ville d’Anvers, Tableau de concordance des anciens et nouveaux Numéros des maisons, p.12.

 

Galerij afbeeldingen (klik op foto om te openen)




(Gepubliceerd door Tim Bisschops. De auteur is verantwoordelijk voor de inhoud van zijn artikel)

Publicaties > Archief online artikels

  Website gemaakt door www.goanna.be