Archief online artikels

 

Onze online-artikels vervangen sinds mei 2012 de bijdragen in het Infoblad dat driemaandelijks verscheen. De AVBG wil zo sneller op de actualiteit inspelen en tegelijk een nog ruimer publiek bereiken. 

 

 


Op woensdag 5 september 2012 is het laatclassicistische hoekhuis Sint-Pieter-en-Paulusstraat 2 / Jezuïetenrui 10 ontdaan van alle pleisterwerk, inclusief het lijstwerk en de fraaie, goed bewaarde ornamentiek. Enkel de eerste en tweede travee van de voorgevel bleven gespaard. Nochtans zijn van het gebouw de gevels, de bedaking en het Onze-Lieve-Vrouwebeeld wettelijk beschermd als monument.
 





Beschermd monument Sint-Pieter-en-Paulusstraat 2 zwaar verminkt

 

Auteur: Jerry Driesen
Publicatie: 14/09/2012

 

Op woensdag 5 september 2012 is op een schandelijke wijze het laatclassicistische hoekhuis Sint-Pieter-en-Paulusstraat 2 / Jezuïetenrui 10 ontdaan van alle pleisterwerk, inclusief het lijstwerk en de fraaie, goed bewaarde ornamentiek. Enkel de eerste en tweede travee van de voorgevel bleven gespaard omdat ze horen tot een afgesplitst deel van het goed. Nochtans zijn zowel de gevels, de bedaking en het Onze-Lieve-Vrouwebeeld wettelijk beschermd als monument.[1] De architecturale waarde van het gebouw is dan ook niet gering, en niet voor niets werden zowel de gevel als het Onze-Lieve-Vrouwebeeld afzonderlijk afgebeeld in de officiële inventaris Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen.[2]

 
Afbeelding 1: De nog intacte gevels in 2006. (Foto: Kris Vandevorst, 2006 ©Vlaamse Gemeenschap)

Afbeelding 2: De toestand van de gevels op 9 september 2012 (Foto: Jerry Driesen, 2012)

Het gebouw is overigens niet enkel belangwekkend om de architecturale waarde van haar façade; het herbergt ook een boeiend stukje Antwerpse geschiedenis. De oorsprong van de thans verminkte gevel is direct gelieerd aan de Belgische omwenteling in oktober 1830. Het allerlaatste projectiel dat tijdens het bombardement van 27 oktober 1830 vanuit het Zuidkasteel op de stad afgevuurd werd, dat was rond 22.30u, vernielde de oude gevel van het gebouw. Er vielen bij die inslag gelukkig geen gewonden. Het is uit erkentelijkheid daarvoor dat de toenmalige eigenaar, de heer Gouy-van Broeckhoven, het nog bestaande Onze-Lieve-Vrouwbeeld op de nieuwe gevel liet plaatsen.[3] Tijdens hun ‘werkzaamheden’ op 5 september laatstleden vonden de bouwvakkers zelfs niet nodig dit nog recent gerestaureerde Onze-Lieve-Vrouwebeeld enigszins te beschermen.[4]

Op 21 maart 1833 diende de heer Gouy-van Broeckhoven, een fabrikant van zijdedraad [5], de bouwaanvraag in voor de herstelling van zijn eigendom en vier dagen later al kreeg hij een goedkeuring. Stadsbouwmeester Bourla formuleerde slechts één opmerking bij het ingediende plan; namelijk ‘de schoorsteenpijp die boven de cornische staat moet agter in den bouw gebragt worde en niet tegen den cornische gelijk op het plan te zien is’.[6] Het bewaarde bouwplan toont een statige laatclassicistische gevel, de naam van de ontwerper wordt nergens vermeld. 

 
Afbeelding 3: Het gevelplan uit 1833 (SAA. Bouwdossier 1833#71). Een laatclassicistische gevel, nog zonder een spoor van de Italianiserende neorenaissanceornamentiek. (Foto: Jerry Driesen, 2012)

Van het fraaie pleisterwerk in Italianiserende neorenaissanceornamentiek is op dit bouwplan geen spoor te zien. Deze decoratie dateert dan ook uit een latere bouwfase. De laatste persoon die het pand in zijn volle classicistische glorie bewoonde was Pieter Génard (°Antwerpen 1830 - † Antwerpen 1899); geen onbekende voor de Antwerpse geschiedschrijving. Génard verhuisde in, of kort na 1893 van zijn woning aan de Van Leriusstraat naar dit huis om praktische redenen. Een hartaanval op 9 maart 1893 had hem gedeeltelijk verlamd, en zijn nieuwe woonst was dichter bij zijn werkplek in het stadhuis gelegen.[7] Op 3 maart 1899 stierf Pieter Génard op 68-jarige leeftijd in dit huis. De overlijdensakte geeft merkwaardig genoeg aan dat deze uiterst ijverige stadsarchivaris-bibliothecaris-geschiedschrijver ‘zonder beroep was en officier der orde Leopold’.[8]


Afbeelding 4: Pieter Génard (°Antwerpen 1830 - † Antwerpen 1899) op  oudere leeftijd (©AMVC, G272/B1 en G272/B1a). Deze stadsarchivaris en onvermoeibaar strijder voor het Antwerps bouwkundig erfgoed stierf op 3 maart 1899 op 68-jarige leeftijd in het huis Sint-Pieter-en-Paulusstraat nummer 2. (Foto: Jerry Driesen, 2012)

Dat uitgerekend het sterfhuis van Pieter Génard, de man die zonder overdrijven de vader van de erfgoed- en monumentenzorg in Antwerpen genoemd mag worden, nu zo respectloos behandeld is maakt dit gegeven nog schrijnender.

De nieuwe eigenaar na de dood van Génard was notaris Joseph Lombaerds. Hij is degene die in 1900 het interieur van dit ‘Meesterhuis’ liet aanpassen en ook de ornamentiek op de voorgevel liet aanbrengen. De eerste bouwaanvraag dateert van 1 februari 1900 en behelst het omvormen van de ‘grote zaal’ op de tweede verdieping tot drie slaapkamers en een naastgelegen gang.[9 ] Deze zaal was effectief opmerkelijk groot, ze omvatte de drie rechtse traveeën van de voorgevel en de volledige lengte van de zijgevel en was onderverdeeld in vier balkvakken. De ligging ervan op de tweede verdieping is moeilijk in overeenstemming te brengen met een representatieve functie; mogelijk  fungeerde deze voordien als atelier of opslagruimte van handel in zijdedraad van Gouy.

Een tweede bouwaanvraag van notaris Lombaerds volgde al een drietal maanden later (15 mei 1900).[10] Deze aanvraag behelsde enerzijds een grondige herinrichting en reorganisatie van het interieur (o.a. het overdekken van de open binnenkoer en wijzigen van trappen, schouwen en kamers in functie van het notariaat) en anderzijds het aanpassen van de bepleistering van de voorgevel. De Italianiserende neorenaissanceornamentiek is dus een toevoeging uit 1900; enkel de zijgevel behield zijn authentieke strakke classicistische ornamentiek van het oorspronkelijke bouwplan uit 1833. Tot op woensdag 5 september 2012. De blinde eerste travee in de zijgevel is eveneens het resultaat van de bouwfase van 1900. Deze ingreep was noodzakelijk voor het creëren van een nieuw schouwlijf. Door het decaperen van de gevel zijn de drie dichtgemetselde vensteropeningen van deze travee nu opnieuw zichtbaar. De enige wijziging in de geleding van de voorgevel is het iets naar links opschuiven van de vensteropeningen van de eerste travee. Ook de bewaarde tralies voor de gelijkvloerse vensters zijn tenslotte een toevoeging van deze bouwfase.

 
Afbeelding 5: Interieurwijzigingen op de gelijkvloerse verdieping (SAA. Bouwdossier 1900#634). Het gelijkvloers verruilde een zuiver residentiële functie voor gecombineerde functie van wonen en werken (notariaat). Twee schoorsteenmantels bleven hierbij bewaard, deze van de Grote Eetzaal en de middelste kamer aan de zijgevel. Over de huidige toestand van het interieur is niets bekend. (Foto: Petra Maclot, 2012)

 Afbeelding 6: De voorgevel voor en na de verfraaiingwerken van 1900, naar ontwerp van architectenduo Cols – Defever (SAA. Bouwdossier 1900#634).  Deze toestand was tot voor kort bewaard, met uitzondering van het bossagewerk in pleisterwerk. Maar mogelijk werd dit nooit aangebracht? (Foto: Petra Maclot, 2012)

Uit macroscopisch stratigrafisch onderzoek van enkele uit het puin gerecupereerde fragmenten is af te leiden dat het pleisterwerk slechts een drietal afwerkingslagen gekend heeft. Zowel het lijstwerk als de geornamenteerde panelen waren steeds monochroom wit afgewerkt. De kalkmortelbepleistering met koehaar heeft op de vlakke delen een dikte van ca. 12mm. De geornamenteerde panelen zijn geprefabriceerd seriewerk, vervaardigd uit gegoten gips. Deze vertonen onder de afwerklagen duidelijk een, vermoedelijk met lijnolie, geïmpregneerd oppervlak. De dikte van deze gipsen panelen is ca. 20mm. 

 
Afbeelding 7: Een nog intact paneel en pilastertjes met kandelabergrotesken uit de bouwfase van 1900 in de eerste travee van de voorgevel. (Foto: Jerry Driesen, 2012)

Afbeelding 8: Gerecupereerde restanten van het pleisterwerk. Het lijstwerk (boven) werd ter plaatse getrokken in kalkmortel, de italianiserende neorenaissanceornamentiek (onder) is geprefabriceerd in gips. (Foto: Jerry Driesen, 2012)

In tegenstelling tot de bouwfase uit 1833 is van deze van 1900 wel geweten wie de ontwerpers zijn. Dit waren August Cols (1870 – 1947) en Alfred Defever (1874 – 1929). Een architectenduo dat tijdens het eerste decennium van de twintigste eeuw vooral actief was in de wijk Zurenborg.[11] Op de Cogels-Osylei ontwierpen zij bijvoorbeeld in hetzelfde jaar de art nouveau-woning De Waterlelies (nummer 42). Hun allerbekendste werk is ongetwijfeld de neo-Griekse eenheidsbebouwing aan de Transvaalstraat nummer 23 tot en met 35 uit 1904, toch wel één van de iconische gebouwencomplexen van de Scheldestad.

Het blijft onbegrijpelijk hoe de vernieling van het monument Sint-Pieter-en-Paulusstraat / Jezuïetenrui 10 kon gebeuren.[12] De instandhouding- en onderhoudsplicht voor de eigenaar van een beschermd monument en het verbod om het monument te beschadigen of te vernielen zijn hier schromelijk overtreden. Volgens het monumentendecreet dient de plaats binnen de drie jaar in zijn oorspronkelijke toestand hersteld te worden (Hoofdstuk V art. 15. § 1.). Gezien de gegeven omstandigheden rijst de vraag welke oorspronkelijke toestand nu voor de voorgevel te verkiezen valt: opnieuw de oorspronkelijke laatclassicistische toestand uit de bouwfase van de gevel of de oorspronkelijke toestand uit 1900? Voor beide opties zijn evenveel argumenten pro en contra te geven en beide opties zijn ongeveer evengoed gedocumenteerd. Wat zeker geen optie mag zijn is gewoon vlak bepleisteren en wit schilderen zonder rekening te houden met de historische waarde en kwaliteiten van het gebouw. We wachten af en hopen dat dit niet het zoveelste bouwkundig erfgoed is dat in Antwerpen roem- en geruisloos te onder gaat.


Afbeelding 9 (links): Een blik ‘achter de schermen’ op woensdag 5 september 2012. (Foto: Jerry Driesen, 2012)Afbeelding 10 (rechts): Het trieste lot van het beschermde pleisterwerk (Foto: Jerry Driesen, 2012)

Afbeelding11: De gedecapeerde drie rechtse traveeën van de voorgevel aan de Sint-Pieter-en-Paulusstraat. (Foto Wim Strecker, 2012)




Noten:

[1] Het Onze-Lieve-Vrouwbeeld werd als monument beschermd bij K.B. van 2 september 1976 en de gevels en de bedaking bij K.B. van 17 juli 1981.
[2] Goossens M.& Plomteux G. met medewerking van Linters A., Steyaert R., Illegems P. & De Barsée L.: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Stad Antwerpen, Bouwen door de eeuwen heen 3NA, Brussel – Gent 1976, p. 342-343.
[3] Thyssen Augustinus: Antwerpen vermaard door den Eeredienst van Maria Geschiedkundige Aanmerkingen over de 500 Mariabeelden in de straten der stad, Antwerpen 1922, p. 274.
[4] Het beeld werd na restauratie door Jeroen Boel herplaatst op 3 juli 2004. Bron: Nieuwsbrief Vrienden van de Antwerpse Madonna’s, nr. 5 [3de j. (2004), nr.2, p. 9.
[5] SAA. MF105K Le Double Guide Commercial, ou livre d’ adresses, de la ville d’ Anvers. Pour l’ Année 1838, p. 88-89.
[6] SAA. Bouwdossier 1833#71
[7] AMVC, G272/B1 en G272/B1a (briefwisseling van Pieter Génard)
[8] SAA, Overlijdensakte 1031 van 1899.
[9] SAA. Bouwdossier 1900#137
[10] SAA. Bouwdossier 1900#634
[11] Elaut Alex en Possemiers Jan: Op wandel door de belle epoque Cogels-Osylei Zurenborg Antwerpen Berchem, Antwerpen 2004, p. 80.
[12] Daags nadien gaf de Stad Antwerpen het bevel de werken te staken; doch op dat moment was alle pleisterwerk al reddeloos verloren.

 

 

Galerij afbeeldingen (klik op foto om te openen)




(Gepubliceerd door Tim Bisschops. De auteur is verantwoordelijk voor de inhoud van zijn artikel)

Publicaties > Archief online artikels

  Website gemaakt door www.goanna.be